Linnen – grootmoeder zal nog van ‘lijnwaad’ spreken – heeft zeer uiteenlopende toepassingen. Van boekbanden, over schilderdoeken en gordijnen,
tot de hedendaagse en trendy hemden die je bij Vertigo vindt. Eén kenmerk ligt aan de basis van die veelzijdigheid: linnen heeft persoonlijkheid! 

Linnen wordt gemaakt uit vlas, de basisnijverheid die onlosmakelijk met Zuid-West-Vlaanderen en de Leiestreek verbonden is. De Golden River, die dwars door het Texas van Vlaanderen snijdt,
is voor een stuk ingehaald door de geschiedenis en nieuwe evoluties maar linnen is meer dan ooit een topproduct. Het is een symbool van eigenzinnige creativiteit, lijkt een eigen wil te hebben
en is tegelijk zeer vergevingsgezind, elegant, tijdloos en fijn. 

 

Het is heel veel ineens en net dat maakt er een graag gebruikt materiaal van. Vrij van pluisjes, volledig plantaardig en oersterk moet je niet heel veel fantasie hebben om het lijstje met troeven aan te vullen.
Hoe vaker je het wast, hoe zachter het wordt en het allergrootste voordeel is daarmee nog niet aan bod gekomen: linnen is ademend en ventilerend. Het koelt het lichaam af.

 

" Aan een linnen hemd mag je gerust zien op welke stoel je laatst zat. Dat heet persoonlijkheid. "

 

Al heel lang een topproduct

 

Niet verwonderlijk dus dat linnen al een paar ‘gouden eeuwen’ achter de rug heeft. In Egypte bereikten ze 8000 jaar geleden een graad van perfectie waarop de rest van de wereld lange tijd jaloers was.
De Feniciërs – handelaars pur sang – introduceerden het in Europa en in een latere fase linkten de Romeinen dat met hun voorliefde voor linnen allemaal aan elkaar.
Zij ontdekten dat de omstandigheden in Noord-Frankrijk en Vlaanderen ideaal waren voor de vlasteelt. Karel de Grote, vader van Europa rond 800 na Christus,
maakte het dragen van een linnen hemd en een linnen broek ‘normaal’. In eerste instantie omdat men dacht dat het gezond was voor de huid en ziektes voorkwam maar heel snel ook omdat het elegant en stijlvol was.
Stijl en elegant, daarmee belanden we in de Renaissance. Rijke verfijning, het was in elk maatschappelijk domein het streven en wat kleding betreft kom je dan onvermijdelijk bij linnen terecht. 

 

Hedendaags linnen

 

Linnen kleding voelt fris en koel aan. Als zomertenue bestaat er eigenlijk niks beters. Soms schrikt – zacht en verwend als onze moderne lichamen zijn – de wat stijvere en hardere vlasvezel een beetje af.
Zeker omdat we tegenwoordig heel veel kunstmatige elasticiteit gewoon zijn en dat heeft linnen van nature minder. Door het samen met katoen te gebruiken, wordt het zachter en kreukvrijer.
Puristen zweren evenwel bij ‘the real deal’: ademend, comfortabel, sterk en een beetje gekreukt. Aan een linnen hemd mag je gerust zien op welke stoel je laatst zat. Dat heet ‘persoonlijkheid’. 

 

Van vlas tot linnen 

 

De vruchtbare bodem en het vochtige klimaat in Zuid-West-Vlaanderen zijn ideaal voor de veeleisende vezelplant waarvan de lilablauwe bloempjes in juni slechts enkele uren bloeien.
Omdat ze niet allemaal op hetzelfde moment bloeien, kunnen we er doorgaans iets langer van genieten, maar daarna komt het moment om het vlas te oogsten. 

 

Oorspronkelijk bleef die oogst op het veld drogen en werd het vlas ‘gekeerd’. Na die droogperiode volgde het ‘repelen’, waarbij de zaden eraf gehaald werden, en was ‘roten’ nodig om de vezelstructuur te breken
en het vlas stevig en soepel te maken. Bij ‘dauwroten’ spreidt de teler het vlas uit over het veld en laat de elementen hun werk doen.
Het snellere ‘waterroten’ – in rivieren en stromen – zorgde voor de typische gouden gloed die de Leie van Frankrijk tot Astene haar bijnaam gaf. 

 

De vezels die bovenop de houtpijp van de vlasstengel liggen, werden in de Golden River op 7 tot 10 dagen losgeweekt.
Tijdens het ‘brakelen’ breekt die houtpijp in kleine leemstukjes en raken vezel en hout van elkaar gescheiden.
De nadien nog overblijvende leemstukjes moeten letterlijk vantussen de vezels geslagen worden tijden het ‘zwingelen’. 

 

Daarna splijt men de vezelbundels en selecteert men specifiek de lange vlasvezels tijdens het ‘hekelen’. De andere, korte, stugge vezels eindigen in ruwer garen.
Het lange ‘vlaslint’ wordt ‘gekaard’ en ‘gekamd’ en is klaar om te spinnen. Dat spinnen gebeurt nat, voor sterk, glad en glanzend garen. Vlasgaren, dat ‘linnen’ heet. 

 

 

Linnen